Afroommethode bij bepaling gebruikelijk loon

Recent ( oktober 2013) heeft het Hof Amsterdam uitspraak gedaan over de wijze waarop het gebruikelijk loon moet worden bepaald.

De zaak die speelde bij het Hof Amsterdam betrof een advocaat die door middel van zijn Holding met tien andere advocaten participeerde in een maatschap.
De inspecteur ging niet akkoord met het loon van de advocaat en wilde op grond van het feit dat de inkomsten in de vennootschap voor tenminste 90% zijn toe te wijzen aan de de arbeid van de adfvocaat het loon als bedoeld in artikel 12a Wet Loonbelasting verhogen met toepassing van de afroommethode. De inspecteur refereerde aan het arrest van 17 september 2004. De afroommethode houdt kort weg in dat het gebruikelijke loon wordt berekend op basis van de opbrengsten van de vennootschap, verminderd met een aan die opbrengsten toe te rekenen kosten.

De Hoge raad heeft eerder in haar arrest van 9 november 2012 bepaald dat de afroommethode niet kon worden toegepast omdat het winstaandeel van de vennootschap een percentage was van de winst van het samenwerkingsverband en deze mede afhankelijk was van de arbeid van de andere maten en werknemers binnen het samenwerkingsverband.

Het Hof heeft nogmaals bevestigd dat in dit deze zaak de afroomethode noch de winstreductiemethode kan worden toegepast. Er kan evenmin aansluiting worden gezocht naar de methode van meest verdienende werknemer in de maatschap. In de maatschap zitten elf (maat) advocaten waardoor de maatschap niet als een verbonden lichaam kan worden beschouwd.

Voor het vervolg is de verwachting dat de belastinginspecteur niet blindelings gebruik zal maken van de afroommethode en de feiten en omstandigheden zal moeten beoordelen alvorens een dergelijk standpunt in te nemen.

Wilt u meer informatie betreffende dit onderwerp? Vul dan a.u.b. onderstaand formulier in.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *